Over Intellectuele capaciteiten

Het Meervoudige Intelligentie Model

Om een beeld te krijgen van de intellectuele capaciteiten van uw kind heeft uw kind zeven tests gemaakt die ieder een ander facet meten van intelligentie. De tests zijn gebaseerd op het meervoudige intelligentiemodel van Howard Gardner (1983). Dit model beschrijft hoe intelligentie is opgebouwd uit verschillende aspecten in plaats van één algemene intelligentie. Gardner stelt dat kinderen intelligent zijn op verschillende manieren. Sommige kinderen zijn goed in wiskunde terwijl anderen goed zijn in tekenen. De één wordt enthousiast van taallessen terwijl de ander uitblinkt met sporten. De vraag van intellectuele capaciteiten tests is dan ook niet meer óf een kind intelligent is, maar hóe een kind intelligent is.

De verschillende intelligenties

De intelligenties die worden onderscheiden, zijn:

  • Verbaal/linguïstische intelligentie (‘woordknap’): kinderen met goede taalvaardigheden zijn goed met woorden. Ze vinden het prettig om naar woorden te luisteren en te spelen met de klank van woorden. Ze houden van boeken, vinden het prettig om voorgelezen te worden en later om zelf boeken te lezen. Ze vertellen graag grapjes en verhalen, hebben een goed geheugen voor woorden en leren de spelling van woorden snel.  

     
  • Logisch/mathematische intelligentie (‘rekenknap’): kinderen die ‘rekenknap’ zijn, zijn goed in logisch nadenken. Ze houden van computers en rekenspelletjes. Ze houden er van om bezig te zijn met hoe dingen werken, vinden het prettig om problemen op te lossen en denken kritisch. Ze houden van puzzels of bordspellen waarbij logisch denken van belang is.

     
  • Visueel/ruimtelijke intelligentie (‘beeldknap’): kinderen met visueel-ruimtelijke intelligentie zijn goed met beelden en plaatjes. Ze vinden het leuk om te tekenen en te schilderen en zijn goed in doolhoven, puzzels en het bouwen met blokken. Ze zijn vaak geïnteresseerd in machines en houden er van om dingen uit elkaar te halen, in elkaar te zetten, te ontwerpen en te tekenen.

     
  • Muzikaal/ritmische intelligentie (‘muziekknap’): kinderen die muziekknap zijn, houden ervan om naar muziek te luisteren en te zingen. Of ze vinden het leuk om muziekinstrumenten te bespelen, kunnen geluiden en klanken in de omgeving oppikken en van elkaar onderscheiden en onthouden liedjes en deuntjes gemakkelijk.

     
  • Lichamelijke/kinesthetische intelligentie (‘beweegknap’): kinderen met lichamelijke-kinesthetische  intelligentie zijn goed in sport en activiteiten waarbij beweging komt kijken. Zowel hun grove als hun fijne motoriek is goed ontwikkeld en houden van zwemmen, dansen, rennen, buiten spelen, enzovoort.

     
  • Inter-persoonlijke intelligentie (‘mensknap’): kinderen die mensknap zijn, zijn sociaal en houden van sociale activiteiten. Ze vinden het fijn om in gezelschap van anderen te zijn en zijn goed in het bewaken van de sfeer tussen mensen en zich verplaatsen in de belevingswereld van anderen.

     
  • Intra-persoonlijke intelligentie (‘zelfknap’): kinderen die zelfknap zijn, zijn onafhankelijk en kunnen zichzelf prima in hun eentje vermaken. Ze zijn veel met zichzelf bezig en met hun plaats in de wereld, hebben voldoende zelfvertrouwen en stellen zichzelf persoonlijke doelen.

     
  • Natuurgerichte intelligentie (‘natuurknap’): kinderen met natuurgerichte intelligentie zijn geïnteresseerd in de natuur en alles wat daar in leeft, zoals dieren, planten en bomen. Ze vinden het fijner om buiten te spelen dan om binnen te spelen.

     

Waarderen van verschillen

Binnen deze benadering wordt benadrukt dat kinderen de kans hebben om inzicht te krijgen in een veelheid van gebieden waarop iemand zich kan ontwikkelen. Zo worden individuele verschillen serieus genomen en als talenten gewaardeerd. Door op deze bredere manier naar de talenten van kinderen te kijken kunnen zelfs bepaalde intelligenties ontdekt worden die anders mogelijk geen aandacht zouden krijgen en niet (optimaal) tot ontwikkeling zouden komen. Rettig (2005) benadrukt dat het belangrijk is dat jonge kinderen hun eigen interesses, talenten en vaardigheden leren kennen. Vervolgens moet de nadruk liggen op waar kinderen goed in zijn en niet waar ze minder goed in zijn.

Voorkeuren van leren

De theorie van meervoudige intelligenties legt uit dat kinderen ieder op een eigen manier intelligent zijn: de één is goed op het gebied van bewegen, de ander op het gebied van inter-persoonlijke relaties. Meervoudige intelligentietheorie gaat een stap verder door te stellen dat de intelligentie van een kind aangeeft waar de voorkeur van hem of haar ligt als het gaat om het opnemen van informatie. Didactische programma’s die gebaseerd zijn op de ideeën van de theorie richten zich dan ook op een meervoudige aanbieding van de lesstof. Hiermee wordt een grotere toegankelijkheid voor iedere kind bereikt.