Over faalangst, voor ouders en kinderen

Tips voor ouders

Hoe weet u of uw kind last heeft van faalangst?
Als uw kind regelmatig verzucht: ’Dat kan ik niet!’ en vertelt welke rampen er allemaal kunnen gebeuren of bang is om steeds uitgelachen te worden, dan heeft het waarschijnlijk last van faalangst. Het blokkeert in belangrijke situaties en doet het daardoor juist minder goed dan u van hem of haar mag verwachten. Sommige kinderen ontwijken nieuwe situaties, andere gaan overdreven lang en hard studeren en weer andere kinderen overschreeuwen hun angst door zich stoer of clownesk te gedragen in de klas.

Hoe voorkomt u faalangst?
Laat aan uw kind merken dat het fouten mag maken, ook thuis. Niemand is perfect, zelfs zijn ouders niet! Geef toe dat u ook regelmatig fouten maakt, vertel eerlijk over uw twijfels en mislukkingen; het is heel normaal en het is geen ramp. Los vragen van uw kind niet meteen op maar help het de problemen zèlf op te lossen. Geef kinderen van jongs af aan taken die ze aankunnen en geef een complimentje als ze de taak gedaan hebben, dat geeft zelfvertrouwen!
Stel reële eisen aan het kind, die passen bij zijn of haar leeftijd en ontwikkeling. Overvraag het niet, maar wees ook niet te gemakkelijk.
Waarschuw uw kind niet voortdurend met: ’Pas op! Dat is gevaarlijk!’ maar vertel dat u in de buurt bent om te helpen wanneer dat nodig is. Zet uw kind niet onder druk om te presteren, dat werkt vaak averechts en ga niet staan gillen aan de kant van het sportveld! Ook al bedoelt u het goed, de kinderen worden er alleen maar zenuwachtig van.

Presteren is niet het enige dat telt! Het belang van presteren relativeert u door vooral de inzet te belonen, in plaats van de prestatie. Zeg bijvoorbeeld: ‘Wat goed dat je het hebt geprobeerd!’

Wanneer uw kind faalangstig is, leer het positief en rustig te denken.

  • Bespreek samen met uw kind zijn of haar angsten. Praat ze niet weg, maar breng ze tot normale proporties en bespreek wat uw kind eraan kan doen. Klopt de negatieve gedachte wel? Vervang de negatieve gedachte samen met het kind door een positieve gedachte.
  • Zeg dat faalangst bij het dagelijks leven hoort, u heeft het zelf ook, maar mislukken mag en je kunt er veel van leren.
  • Blijf rustig en geduldig en zeg: ’We gaan er samen aan werken’.
  • Let op dat de probleemsituaties niet vermeden worden, want vermijden vergroot juist de angst. Bedenk samen een plan waarin het kind in zijn eigen tempo de situatie aan kan pakken. Deel een groot probleem op in kleine stukjes, dan ziet het er vaak al wat minder eng uit. Zo vermijdt het kind niet het probleem maar pakt het, stapje voor stapje, aan.
  • Faalangstige kinderen denken alleen maar aan wat er allemaal mis kan gaan. Het kind moed inspreken of zeggen dat ze negatief denken helpt dan niet, maar u kunt het wel een flinke dosis positieve aandacht geven en succeservaringen creëren. Dat is iets anders dan het kind  verwennen. Schakel eventueel de leerkracht in om het kind te ondersteunen.


Een op de tien kinderen heeft last van faalangst. Dat betekent dat het bang is te falen in situaties waarin het moet presteren en beoordeeld wordt door anderen. Het kind denkt alleen maar aan alles wat er fout kan gaan en verwacht dat het niet aan de verwachtingen zal voldoen van ouders, leerkrachten en vriendjes. Het haalt daardoor slechtere cijfers, trekt zich terug uit sociale situaties of blokkeert tijdens sport of gymles. Veel kinderen hebben last van hoofdpijn, buikpijn, hartkloppingen en slapeloosheid. Iedereen is wel eens bang om bij een belangrijke taak te falen maar het wordt een probleem als de angst verlammend werkt.

 

Tips voor kinderen

Wat is faalangst?

Heb je weleens een spreekbeurt moeten houden voor de klas waar je opeens heel verschrikkelijk zenuwachtig van werd? Je wilt gaan vertellen over je konijn. Makkelijk, want daar weet je echt àlles van! Maar de avond tevoren word je plotseling overvallen door een soort plankenkoorts of examenvrees als je denkt aan alle ogen die naar je zullen kijken. En een stemmetje in je hoofd zegt opeens allemaal bang makende gedachten die helemaal niet waar zijn, maar je raakt er wel van in paniek!
Zoals: ’Ze vinden het vast een stom onderwerp, wedden dat ze me zullen uitlachen!’
‘s Nachts slaap je slecht en de volgende ochtend sta je opeens met trillende knieën, kloppend hart en natte handen voor de klas te stotteren. Terwijl je de dag tevoren nog zo’n spetterend verhaal over je konijn hebt verteld aan je ouders!

Als zoiets vaker gebeurt heb je last van een soort faalangst. Dat betekent dat je bang bent om iets fout te doen bij een taak of in een bepaalde situatie. Je bent bang dat je ouders, je leerkracht of je klasgenoten in je teleurgesteld zullen zijn, of dat je uitgelachen wordt. Je praat jezelf de put in met allerlei bange gedachtes die vaak helemaal niet waar zijn. Als je heel erg bang en zenuwachtig bent, kun je niet meer normaal en redelijk denken en raak je helemaal in paniek. Meestal gaat het dan ook minder goed dan wanneer je rustig bent.

Sommige kinderen zijn altijd bang als ze iets moeten doen waarbij ze beoordeeld worden, ook al kunnen ze het thuis nog zo goed. De meeste kinderen hebben dat alleen maar in 1 situatie, bijvoorbeeld op school of op de sportclub. Sommige kinderen zijn aldoor bang dat andere kinderen hen zullen afwijzen.

Hoe weet je of je faalangst hebt?

Je hebt waarschijnlijk last van faalangst wanneer...

  • je de hele tijd  piekert over je prestaties en over het oordeel van iedereen.
  • je alleen maar denkt aan wat er allemaal mis kan gaan en je niet meer op andere gedachtes kunt komen.
  • je je bibberig en onzeker voelt als je een beurt krijgt en opeens niet meer weet wat je moet zeggen.
  • je steeds bang bent dat je niet voldoet aan de verwachtingen van ouders, juf of andere kinderen.
  • je superzenuwachtig bent bij elke toets, het zweet je dan uitbreekt, je trilt en je niet meer normaal kunt denken, waardoor je een slechter cijfer haalt dan je verdient.
  • je je terugtrekt omdat je steeds bang bent door andere kinderen te worden afgewezen.
  • of als je juist ontzettend stoer doet om niet te laten merken hoe bang je bent.
  • je vaak hoofdpijn, buikpijn, een trillende stem of een dichtgeknepen keel hebt, als je vaak moet plassen, slecht slaapt of veel op je nagels bijt in situaties waar je beoordeeld wordt.
  • je veel te lang doet over je huiswerk. je overgevoelig bent voor kritiek.
  • je altijd eerst kijkt hoe anderen het doen voordat je zelf begint.
  • je snel gaat huilen, je niet goed kunt concentreren of snel in paniek raakt bij allerlei situaties waarin je beoordeeld wordt.


Wist je dat volwassenen er net zo veel last van hebben als kinderen? Je hoeft je er dus zeker niet voor te schamen. 1 op de 10 kinderen en ook héél veel volwassenen hebben faalangst. Je bent dus niet de enige bange denker. Er zijn er vast wel 10 miljoen maar je kunt er wel wat aan doen!!

Wat kun je aan faalangst doen?  Denk rustig en positief!

Vraag hulp en steun
Geef toe dat je iets lastig vindt en kijk wat je nodig hebt om te zorgen dat je iets toch durft. Vraag gewoon hulp aan vriendjes, aan de leerkracht of je ouders. De meeste mensen vinden het fijn om je te kunnen helpen!

Houd op met bang denken
Als je alleen maar denkt aan wat er allemaal fout kan gaan dan ben je een echte piekerpot. Zo denk je jezelf helemaal de put in. Vaak zijn die gedachtes ook niet eens waar, maar op dat moment geloof je alleen maar in mislukking.
Dit soort bang makende en negatieve gedachtes kun je vaak herkennen aan bepaalde woordjes. De belangrijkste zijn: altijd, alles, nooit, niks, niemand, vast, vreselijk en toch niet.
Let maar eens op!
Als je bijvoorbeeld denkt: ’Niemand vindt me aardig!’, dan weet je wel zeker dat je een bange gedachte denkt, omdat het woordje niemand er in voorkomt. Als je dit maar vaak genoeg denkt ga je er nog in geloven ook. En met je verstand weet je natuurlijk best dat het niet waar is!

Train jezelf in rustig denken
Stel jezelf eens de vraag: ’Klopt het wel?’ en geef daar eerlijk antwoord op. Bijvoorbeeld als je vaak denkt: ‘Ze lachen me vast uit als ik een onvoldoende haal!’
Klopt dat wel?
Als je eerlijk bent zul je merken dat de bang makende gedachte niet waar is maar je wel overstuur maakt.

Je hoeft niet super positief te denken, zoals: ’Ik ben geweldig en ik ga een 10 halen!’ want dat is ook weer overdreven. Maar je kunt jezelf wel trainen in gewoon en rustig denken in plaats van bang denken. Een gewone gedachte zou zijn: ’Als ik een onvoldoende haal, zou iemand me kunnen uitlachen, maar meestal doen ze dat niet’. Dan haal je diep adem en denkt: ’Rustig maar!’ Zo help je jezelf om steeds vaker gewoon te denken in plaats van jezelf bang te maken. Bedenk ook dat echt iedereen fouten maakt of weleens iets stoms doet. Niemand hoeft perfect te zijn, ook jij niet.

Ook al doe je iets fout, dan ben je toch nog een geweldig mens!

-- Door A.J.E.M. Tegenbosch